In de teelt van granen wordt een volledige levenscyclus doorlopen: graan worden gezaaid en na een volledige teeltcyclus worden nieuw gevormde zaden geoogst. Alle teelten van granen kennen hierdoor zowel een vegetatieve als een generatieve fase, waarbij een aantal duidelijke gewasstadia zijn te onderscheiden. Een goede herkenning van gewasstadia is van belang voor een juiste timing van de bemesting. Het is immers effectiever te bemesten op basis van het gewasstadium dan op basis van gewaslengte of kalenderdatum.

Kies een stadia voor meer kennis

Stadium 1 Teeltvoorbereiding
Stadium 1

Teeltvoorbereiding

In dit stadium is vooral de grondbewerking van belang. Een goed doorluchte, vochthoudende grond is bevorderlijk voor wortelgroei en voor de opname van water en voedingsstoffen. Voldoende lutum, kalk en organische stof bevorderen de fysische en chemische eigenschappen van de bodem.

Voor dit stadium heeft Soiltech geen specifieke producten.

Stadium 2 Zaaien
Stadium 2

Zaaien

Tijdens de zaaiperiode dienen de juiste voorwaarden te worden gecreëerd voor een uniforme gewasontwikkeling. De zaaibedbereiding, zaaiomstandigheden, zaaitijd en zaaitechniek zijn hierbij belangrijk. Voor de gewasontwikkeling is het gunstig dat de planten aan het begin van de winter uit beginnen te stoelen. Dit verbetert de vorstresistentie en versneld de ontwikkeling in het voorjaar.

Voor dit stadium heeft Soiltech geen specifieke producten.

Stadium 3 Kieming/wortelontwikkeling
Stadium 3

Kieming/wortelontwikkeling

De kieming komt op gang vanaf het moment dat het zaad water opneemt. Hierdoor start de vorming van het groeipunt en de kiemwortels. In het kiemplantstadium worden drie bladeren gevormd en ondergronds vindt een sterke uitbreiding van de kiemwortels plaats tot een diepte van 40 à 50 cm.

Voor dit stadium heeft Soiltech geen specifieke producten.

Stadium 4 Uitstoeling
Stadium 4

Uitstoeling

Het uitstoelen wordt gekenmerkt door de vorming van spruiten (zijscheuten met ieder een eigen groeipunt). Deze spruiten ontwikkelen zich uit de okselknoppen van de eerst gevormde bladeren. Tegelijkertijd wordt er tijdens de uitstoelingsfase een groot en vertakt wortelstelsel gevormd. De nieuw gevormde kroonwortels zorgen voor verankering van het gewas en een goede opname van water en mineralen uit de bodem.

Het gewas heeft in deze ontwikkelingsfase een verhoogde behoefte aan nutriënten om de groei te kunnen realiseren. Dit kan worden ondersteund door in deze fase een bladbespuiting met 2 l/ha Triple Ten aangevuld met 0,5 – 1,0 l/ha Manganese-Shuttle toe te passen.

Bij extremere weersomstandigheden (droogte/kou) is het raadzaam om het gewas te ondersteunen door de toediening van vrije aminozuren. Gebruik hiervoor 0,75 – 1,5 l/ha Optima Leaf-Amino

Relevante producten

Stadium 5 Stengelstrekking
Stadium 5

Stengelstrekking

De periode van stengelstrekking duurt maar enkele weken. De ontwikkeling van het gewas tijdens deze fase komt tot uiting in een hoge biomassaproductie van de stengels en bladeren. Voor de hoge productie heeft de plant veel assimilaten nodig en is een hoge fotosynthese activiteit gewenst.

Het gewas heeft in deze ontwikkelingsfase een verhoogde behoefte aan nutriënten om de groei te kunnen realiseren. Dit kan ondersteunt worden door in deze fase een bladbespuiting met 2 l/ha Triple Ten aangevuld met 0,5 – 1,0 l/ha Manganese Shuttle toe te passen.

Daarnaast is koper een onmisbaar element tijdens de stengelstrekking. Een kopertekort leidt tot sterk verminderde aanmaak van lignine (houtstof) wat kan resulteren in slappere stengels en een hogere kans op legering. Met twee tot drie bespuitingen met 1,0 l/ha Copper Shuttle wordt het gewas voorzien van voldoende koper.

Bij extremere weersomstandigheden (droogte/kou) is het raadzaam om het gewas te ondersteunen door de toediening van vrije aminozuren. Gebruik hiervoor 0,75 – 1,5 l/ha Optima Leaf-Amino.

Relevante producten

Stadium 6 Aarvorming
Stadium 6

Aarvorming

Aan het einde van de stengelstrekking gaat de plant over op de generatieve fase en komt de aarvorming op gang. Onder invloed van een hoge groeiactiviteit ontwikkelt de groeipunt van de stengel zich tot aar. Tijdens dit proces zijn veel relatief veel assimilaten en nutriënten benodigd.

Vooral koper is in deze fase een kritiek spoorelement, want kopergebrek kan lijden tot een slechte aarvulling (zogenaamde blinde aren). Een bladbespuiting met 1,0 l/ha Copper Shuttle biedt hierbij uitkomst.

Relevante producten

Stadium 7 Korrelvulling en rijping
Stadium 7

Korrelvulling en rijping

De fase van korrelvulling kenmerkt zich door een sterke groei van de korrels en het afrijpen van het gewas door afsterving van bladeren en halmen. In eerste instantie neemt het korrelgewicht flink toe en vervolgens daalt het vochtgehalte in de korrel waardoor deze hard wordt en lang te bewaren is. De korrels zijn het opslagorgaan van de plant en bevatten veel eiwitten en koolhydraten. Met de bemesting is te sturen op de verhouding tussen eiwitten en koolhydraten in de korrel.

Strategie 1: focus op eiwitten

Stikstof is een belangrijk bestanddeel van eiwitten, tot wel 80% van de opgenomen stikstof bevindt zich uiteindelijk in de korrel. Indien een hoog eiwitgehalte gewenst is kan enkele malen 0,75 – 1,5 l/ha Optima Leaf-Amino worden toegepast. De vorming van eiwitten worden ook ondersteund door de toepassing van 1,0 l/ha Moly-shuttle.

Bij een laag stikstofniveau is het aan te bevelen om een bladbespuiting met 1,0 l/ha Triple Ten aangevuld met 0,75 – 1,5 l/ha Moly-Shuttle uit te voeren. De Moly-Shuttle draagt bij aan een goede omzetting van nitraat-stikstof naar eiwitten.

Strategie 2: focus op koolhydraten

Kalium is van groot belang voor een goede sapstroom en stimuleert het transport van koolhydraten naar de korrel. Om het transport van koolhydraten naar de korrel te verbeteren loont het om meerdere bladbespuitingen met 2,5 – 5 l/ha Optima Leaf-K toe te passen .

Relevante producten

Testresultaten over graan (wintertarwe/-gerst/-rogge) ontvangen? Aanvraag testresultaten

Know why